Fruitteelt

1. Een stukje 'historie'

Sinds 1977 telen wij hier appels, peren, pruimen, kersen en morellen. Ons bedrijf omvat 10 ha appel, 10 ha peer en 0,5 ha morellen/kersen. Daarnaast hebben we kerstbomen, pruimen en in de herfst sierkalebassen en pompoenen. Door de jaren heen hebben wij ons gespecialiseerd op onze Landwinkel. Hier verkopen we ons fruit aangevuld met een groot assortiment streekproducten en delicatessen.

Het woongedeelte van deze opvallende boerderij bestaat uit twee evenwijdige vleugels, met haaks daarop twee schuren. De hele boerderij ademt de sfeer van vroegere tijden en zelfs de grond is doordrongen van historie: in 1941 ontdekte archeoloog Braat hier sporen van een Bataafse nederzetting. Hij vond de resten van twee grote ronde gebouwen (waarschijnlijk graanschuren) drie waterputten en een pottenbakkersplaats. Rond c150 na Christus werd deze plek weer verlaten. De boerderij ligt op een terp, in het Rivierengebied beter bekend als 'woerd'. Op het erf staat een koetshuisje met twee stallingen.

2. ‘Teelt'

Sinds 1985 wordt er milieuvriendelijk geteeld. Dit houdt in dat wij door het uitzetten van roofmijten (nuttige insecten) de roestmijt en spint (schadelijke insecten) bestrijden. Door selectieve middelen te gebruiken bouwen wij een biologisch evenwicht in onze boomgaard. Selectief wil zeggen: wij doden de schadelijke insecten maar de nuttige, (bijvoorbeeld: gaasvlieg, lieveheersbeestje, oorworm, roofmijt en sluipwesp) blijven leven. Ons bedrijf is sinds 2002 Global-gap gecertificeerd en daarmee voldoet het aan de strenge milieueisen en wettelijke voorschriften.

Planetproof
Bovendien zijn we sinds 2019 PlanetProof gecertificeerd. Het onafhankelijke keurmerk On the way to PlanetProof bewijst ('Proof') dat je een product koopt dat duurzamer is geproduceerd en daardoor beter is voor natuur, milieu, klimaat en dier. PlanetProof gecertificeerde bedrijven voldoen aan bovenwettelijke eisen en leveren daarmee een bijdrage aan een schonere lucht, vruchtbare bodem, goede waterkwaliteit, meer natuur op het bedrijf en recycling. Lees meer op www.planetproof.eu

3. ‘De Seizoenen'

Winter

In de winter leggen we de basis voor het komende seizoen door te snoeien en de boom vitaal te houden. We proberen de bomen zo te snoeien dat we altijd jong hout in de bomen hebben. De oude(re) takken halen we weg waardoor er ruimte ontstaat voor nieuwe groei. We laten de koppen van de bomen groeien, daarop is ons plantsysteem gebaseerd. De lange betonpalen houden met ijzerdraad de boomtoppen in de lucht, hierdoor ontstaat een hogere productie van fruit.

Lente

In het voorjaar is vooral de groeibeheersing belangrijk, dit doen wij door kunstmest te strooien. We weten precies hoeveel kunstmest we moeten strooien omdat het laboratorium ons aan de hand van bladanalyse precies voorschrijft wat er te weinig of te veel aan mineralen in de grond zit. Belangrijk in de lente is ook de nachtvorstbestrijding. Als de temperatuur onder het vriespunt komt is de kans groot dat de bloesem kan afsterven en dat betekent weinig tot geen appels. Om dit te voorkomen besproeien we de vruchtbomen met water. Een laagje ijs over de bloesem zorgt voor isolatie waardoor de bloesem intact blijft. Omdat we geen oppervlakte water hebben halen we het water uit de grond. Dit grondwater pompen we via geslagen bronnen (pulzen) omhoog. Een pomp zorgt ervoor dat het grondwater via de puls naar de sproeiers wordt geleid.

Ook het planten van jonge bomen gebeurd in het voorjaar. Vroeger gebeurde dit altijd in de winter, maar de praktijk heeft geleerd dat mei de ideale tijd is om te planten. Voorwaarde hiervoor is wel dat de jonge bomen vanuit de koelcel meteen de grond ingaan.

Tijdens de bloei is het belangrijk dat het stuifmeel van de bloesem op de stamper van een andere bloem terecht komt. De bijen spelen hier een belangrijke rol in om de kruisbestuiving te bevorderen. Tijdens de zoektocht naar nectar raken, nemen de bijen ook stuifmeel mee wat als voer dient voor jonge bijen. Als ze van bloem naar bloem vliegen zullen ze dus ook stuifmeel over brengen en daar draait het om. Want wist u bijvoorbeeld dat voor 1 kg honing er 1 miljoen bloemen bezocht worden en een half miljoen vluchten worden uitgevoerd. Naast honing bijen maken wij gebruik van solitarie metselbijen. Daarvoor hebben we diverse kasten in onze boomgaard staan. Bovendien zaaien we bloemrijke randen zodat er het hele seizoen door voedsel aanwezig is.

Zomer

In de zomer zijn er verschillende werkzaamheden zoals beregenen bij droogte, maaien, gewasbescherming, dunnen van bomen met teveel vruchten en bemesten. Ook worden de bomen in de zomer gesnoeid, in vaktermen heeft dit de belichtingssnoei. Er worden takken gesnoeid die de weg van het zonlicht naar de vrucht belemmeren. Als het in de zomer te warm wordt (tropische dagen), moet het gewas daar tegen beschermd worden door middel van beregenen. Als dat niet gebeurd zal de vrucht verbranden en uiteindelijk verrotten.

In juli worden de zure en zoete kersen geplukt, de pruimen volgen snel en het seizoen van de pruimen duurt wel tot aan eind oktober. Half augustus worden de eerste appels van het seizoen geplukt dit zijn de Delbarestivale.

Herfst

De herfst is het seizoen waar het in de fruitteelt om draait, het oogstseizoen. Acht weken lang wordt er door 35-40 plukkers, gewerkt om de oogst binnen te halen. Deze plukkers worden onderverdeeld in 7-8 groepen met elk een tractor en 5 treintjes waar een voorraadkast op staat. Er zijn 2 hoogwerkers die de koppen plukken. Er is in totaal 20 hectare fruit dat in deze tijd wordt geplukt. Zodra het fruit geplukt is, moet het meteen gekoeld worden om de kwaliteit van de vrucht te waarborgen. Hiervoor gebruiken wij ULO-cellen (Ultra Low Oxigine). Dat betekent dat de koelcel hermetisch wordt afgesloten en zuurstofarm wordt gemaakt. De appel zal hierdoor minder kunnen ademen waardoor je hem als het ware stilzet.